1 jaar geleden

Barnabas brengt Paulus bij de apostelen

Ieder van ons heeft voorbeelden nodig – jong of oud, ervaren of nog helemaal aan het begin van het leven van het geloof staand. Van Barnabas wordt ons in Handelingen niet erg veel verteld, slechts een paar korte berichten – maar dat, wat Gods Woord van hem vermeldt, is echt opmerkelijk. Het motiveert en inspireert om een positieve invloed onder de gelovigen te hebben zoals Barnabas het had.

“Toen hij in Jeruzalem aankwam, probeerde hij zich bij de discipelen te voegen; en zij waren allemaal bang voor hem, daar zij niet geloofden dat hij een discipel was. Barnabas echter nam hem mee en bracht hem bij de apostelen en vertelde hun, hoe hij onderweg de Heer had gezien, en dat Deze tot hem had gesproken en hoe hij in Damascus vrijmoedig had gesproken in de naam van Jezus. En hij ging met hen in en uit in Jeruzalem, terwijl hij vrijmoedig sprak in de naam van de Heer” (Hand. 9:26-28).

Het was niet zo lang geleden, dat Saulus de jonge christelijke gemeente op wrede wijze vervolgde en zelfs hen had laten doden – hij had de Heer Jezus Zelf vervolgd – maar nu ineens duikt Saulus in de gemeente /  vergadering in Jeruzalem op.

Het is opmerkelijk dat Saulus, terug in Jeruzalem, het verlangen naar gemeenschap had. Onder zijn oude vrienden kon hij onmogelijk terugkeren, hij wilde zich bij de discipelen ter plaatse aansluiten – dat was een echte kenmerk van het nieuwe leven in hem (1 Joh. 1:4). Maar men kan de discipelen in Jeruzalem het niet kwalijk nemen, dat zij Paulus eerst met wantrouwen tegemoet traden – zij geloofden niet, dat hij werkelijk een discipel geworden was en waren bang. Of de broeders en zusters in Jeruzalem van zijn bekering hadden gehoord, weten we niet, in ieder geval kwamen zij hem nog niet met vertrouwen tegemoet.

Nu is Barnabas daar terug en brengt deze beide partijen bij elkaar. Hij had het vertrouwen van de broeders en zusters in Jeruzalem, zodat ze hem geloof schonken toen hij met Saulus in Jeruzalem opdook en hen troosten kon en daarbij zijn naam (“zoon van troost”) alle eer aandeed!

“Barnabas echter nam hem mee” en bracht hem toen bij de apostelen in Jeruzalem. Wat precies deze korte opmerking in detail betekent, wordt ons niet vermeld maar zeker wel zo veel, dat Barnabas met Saulus over zijn ervaringen gesproken heeft, en zoals God Zelf hem radicaal veranderd heeft.

Het is bemoedigend zoals Barnabas als “bruggenbouwer” actief wordt, om mensen die eigenlijk een probleem met elkaar hebben, te verbinden. Wat doen wij met bezoekers of nieuwkomers in de gemeente? Wie gaat naar hen toe, die altijd aan de zijlijn staan, die niet echt in de gemeenschap geïntegreerd zijn? Er zijn ook christenen die niet goed met elkaar kunnen opschieten. Wie bouwt bruggen tussen deze broeders en zusters?

Barnabas had drie dingen te zeggen tegen de broeders en zusters in Jeruzalem:

  1. Hoe Saulus op de weg de Heer had gezien (getuigenis van het apostelschap);
  2. dat de Heer Jezus tot hem gesproken had (zie Hand. 9:4-6,15);
  3. en dat Saulus in Damascus vrijmoedig getuigenis afgelegd heeft (bewijs van de echtheid van zijn bekering).

Opvallend is, dat Barnabas de aandacht van de broeders en zusters in Jeruzalem niet op zichzelf, op zijn dienst of gave richt, maar op de Heer Jezus en Zijn werk aan Saulus! Hebben wij ook de wens om de blik van onze medebroeders en medezusters in de dienst op de Heer Jezus Zelf te richten?

Bovendien leren we uit deze tweede vermelding van Barnabas, dat niemand door zijn eigen getuigenis in de gemeenschap van gelovigen in een plaats kan worden opgenomen, het getuigenis van een ander is altijd nodig – net als hier het getuigenis van Barnabas over Saulus. En toch moeten wij elkaar aannemen, zodat God verheerlijkt wordt (Rom. 15:7) – (verg. ook: Filemon moest Onesimus aannemen; Aquilla en Priscilla namen Apollos op).

Maar de opname in de “gemeenschap” of, zoals we soms zeggen – “toelating”, om een gemeenschappelijke weg als Gods kinderen te gaan, heeft niet alleen met het breken van het brood te maken, maar omvat een veel breder terrein. Saulus, opgenomen in de gemeenschap, “ging met hen in en uit”. Dit waren niet alleen de zondagse bijeenkomsten! Hij nam deel aan het gehele leven van de gemeente.

In dit verslag over Barnabas zien we, dat hij oog had voor het werk van God in Saulus, maar ook een blik op het werk van de duivel, die de gemeenschap van de broeders en zusters met Saulus wilde verhinderen. Zijn we ons er echt van bewust, dat de duivel de gemeenschap onder de kinderen van God verhinderen of vernietigen wil? Gods Woord moedigt ons aan:

“Daarom neemt elkaar aan, zoals ook Christus u heeft aangenomen tot heerlijkheid van God” (Rom. 15:7).

Christian Achenbach, © www.bibelpraxis.de

Geplaatst in: ,
© Frisse Wateren, R. Mol