“En toen Hij naar buiten ging om op weg te gaan, liep er iemand naar Hem toe, viel voor Hem op de knieën en vroeg Hem: Goede Meester, wat moet ik doen om het eeuwige leven te beërven? En Jezus zei tegen hem: Waarom noemt u Mij goed? Niemand is goed behalve Eén, namelijk God. U kent de geboden: U zult geen overspel plegen; u zult niet doden; u zult niet stelen; u zult geen vals getuigenis spreken; u zult niemand benadelen; eer uw vader en uw moeder. Maar hij antwoordde Hem: Meester, al deze dingen heb ik onderhouden van mijn jeugd af. En Jezus keek hem aan en had hem lief, en Hij zei tegen hem: Eén ding ontbreekt u: ga heen, verkoop alles wat u hebt en geef het aan de armen en u zult een schat hebben in de hemel; en kom dan hierheen, neem het kruis op en volg Mij. Maar hij werd treurig over dat woord en ging bedroefd weg, want hij bezat vele goederen” (Mark. 10:17-22, Herziene Staten Vertaling).
Toen Jezus werd gekruisigd op Golgotha, hingen er aan weerszijden twee dieven, met Jezus in het midden. Ze waren gescheiden in hun lichamelijk lijden door het kruis van Jezus. In hun dood waren ze voor eeuwig gescheiden, één voor eeuwig verloren, de ander voor eeuwig met Jezus.
Dit is een beeld van wat het kruis van Jezus altijd doet. Het scheidt mensen die het licht kiezen van de mensen die de duisternis liever hebben. Ja, het scheidt.
Er zijn vandaag veel oprechte christenen die denken dat elke poging om scheiding tussen mensen te brengen altijd van de duivel is en dat elke beweging die eenheid zoekt altijd van God komt. Dat komt alleen doordat ze niet vertrouwd zijn met hun bijbel. De bijbel spreekt al op de eerste bladzijde over scheiding. In Genesis 1 vers 3 lezen we over de schepping van het licht en in vers 4 lezen we dat God zag dat het licht goed was. Daarna scheidde Hij het licht van de duisternis. Als Hij die twee niet verhinderd had zich te vermengen, was er waarschijnlijk een soort schemering ontstaan, maar God had het licht geschapen met een speciaal doel, om leven te schenken. Zo zien we dat God de eerste was om een scheiding te maken. God is een God van onderscheid en de hele bijbel door vinden we dit principe heel duidelijk. Bovendien leidt een scheiding van principes al gauw tot een scheiding tussen mensen. God verbood Israël om zich door huwelijken te vermengen met de omringende volkeren, omdat zij een licht moesten zijn voor de volkeren die in duisternis zaten. Om dezelfde reden wordt de gemeente in het Nieuwe Testament gezegd zich af te scheiden van de wereld (2 Kor. 6:14). In feite betekent het Griekse woord ekklesia, dat met gemeente vertaald wordt, zelf “een uitgeroepen, afgezonderde groep mensen”.
De gemeente en de wereld hebben dus iets gemeenschappelijks met de twee misdadigers die aan weerskanten van Jezus hingen. Beiden waren oorspronkelijk slecht, maar één kreeg vergeving en was gerechtvaardigd omdat hij berouw had. De ander bleef volharden in de zonde en stierf zonder vergeving. Hun eeuwige bestemming was dus verschillend, net zoals die van de wereld en de gemeente. Want de geest van de wereld is volledig tegengesteld aan de Geest van God, omdat deze de duisternis liefheeft en zich afkeert van het licht. Ze kiest haar eigen bestemming en vindt die.
Helaas betekent het afgezonderd zijn voor God ook vaak een afzondering van de godsdienstige wereld. Als wat doorgaat voor de christelijke kerk leeft naar de geest van deze wereld en niet naar de Geest van God, en zich laat leiden door de tradities van mensen in plaats van door het Woord van God, dringt zich een keuze aan ons op. Op datzelfde uur dat de Here Jezus buiten de stad Jeruzalem gekruisigd werd, aanbaden in de stad de priesters en religieuze leidslieden God in de tempel. Ze hadden Zijn Zoon gekruisigd buiten de poort en in hun blindheid gingen ze door met hun godsdienstige rituelen in de stad, in het geloof dat God een welgevallen in hen had! Maar de Here Jezus zelf stond zowel in Zijn leven als in Zijn dood buiten alle godsdienstige vormen en dat geldt ook voor Zijn ware discipelen (Joh. 16:2). Er zijn tegenwoordig veel belijdende christelijke kerken die, net als de gemeente in Laodicéa, zich in dezelfde positie geplaatst hebben als die Joden. Ze gaan door met hun activiteiten en denken dat alles goed is met hen, terwijl al de tijd de Here zelf buiten de kerkdeur staat (Op. 3:14, 20).
Er is een verhaal van een Amerikaanse neger die pas de Here had aangenomen en die een kerkdienst wilde bijwonen in een bepaalde stad in het zuiden van de Verenigde Staten. Hij realiseerde zich niet dat de christelijke kerk ook aan rassendiscriminatie deed, en dat deze kerk alleen voor blanken was, en was verbaasd toen de koster weigerde hem toe te laten. Hij ging teleurgesteld heen en zei het tegen de Here in gebed. De Here antwoordde, zo gaat het verhaal: “Trek het je niet aan, Mijn zoon, Ik heb zelf vaak geprobeerd binnen te komen in die kerk, al sinds haar oprichting, en het is Me niet gelukt; dus wees niet verbaasd dat ze jou ook wegsturen”. Als het Woord van God terzijde gesteld wordt door de tradities van de kerk, ontstaan er zulke vooroordelen. De christen die zijn kruis opneemt en Jezus volgt zal merken dat hij in de geest afgescheiden is van een christendom dat zulke wereldse eigenschappen heeft. Om zo apart te staan is nooit gemakkelijk.
Tegenwoordig wordt er veel gesproken over oecumenische eenheid onder christelijke kerken. Daarom zijn velen bang om afscheiding te prediken uit angst dat hun gemeente hen beschouwt als liefdeloos en onchristelijk. Het is daarom goed voor ons de woorden van Jezus in Lukas 12 vers 51 en 52 in gedachten te houden, zodat we niet een onevenwichtig beeld krijgen van wat echte Christus-gelijkvormigheid betekent. Jezus zegt hier met grote nadruk dat Hij gekomen, is om verdeeldheid te brengen. Uiteraard is er een eenheid die volledig overeenkomstig de Schrift is. Het is de eenheid waarvan Jezus sprak in Johannes 17, die haar karakter ontleent aan de eenheid van de Godheid (“in ons”, vers 21) en het is veelbetekenend dat Jezus in ditzelfde hoofdstuk ook heel nadrukkelijk sprak over afzondering (vs. 16). Het is ook de eenheid waar Efeze 4 vers 3 over gaat, de eenheid van de Geest. Dit is één ding; een door de mens gemaakte eenheid is totaal iets anders. Deze heeft geen betere toekomst dan de eenheid die we zagen bij de torenbouw van Babel (Gen. 11:1-9).
Afscheiding van de wereld is in feite een leidraad door het hele Nieuwe Testament. Voordat Jezus aan het kruis ging zei Hij tegen Zijn discipelen dat ze niet tot de wereld behoorden. Jezus zelf was “niet van deze wereld”, maar Hij zei ook heel duidelijk dat Zijn discipelen evenzeer tot een andere wereld behoorden. En omdat ze niet tot deze wereld behoorden, zouden ze de wereld een moeilijke plaats vinden om in te leven (Joh. 15:19; 17:16). Bovendien is het de verantwoordelijkheid van de discipel zichzelf onbesmet van de wereld te bewaren (Jak. 1:27). Want de gemeente is de bruid van Christus, geliefd en verworven door Hem en geheiligd door Hem (Ef. 5:25 27). Dit verklaart Paulus’ “ijver Gods” waarmee hij waakt over de Korinthiërs. Hij zei dat hij verlangde hen als een reine maagd voor Christus te stellen en hij vreesde dat de duivel hen misschien zou verleiden (2 Kor. 11:2,3). Het verklaart ook de buitengewoon strenge woorden: “Overspeligen, weet gij niet dat de vriendschap met de wereld vijandschap tegen God is?” (Jak. 4:4). Ja, de bijbel heeft veel te zeggen over afscheiding van deze wereld.
Maar we willen duidelijk stellen dat waar de bijbel over spreekt niet afscheiding is in de zin van afstand. Het is geen uiterlijke, fysieke afscheiding van de mensen in de wereld. Beslist niet! Het is een afscheiding van het hart. Velen hebben gedacht dat ze dichter bij God konden komen door als kluizenaars op een eenzame plaats te gaan wonen waar ze geen contact hebben met de mensen van de wereld. De monnik die zich in een klooster opsluit of de non die zich terugtrekt binnen de muren van een convent, heeft de betekenis van de bijbelse afscheiding niet begrepen. Deze afscheiding betekent ook niet dat je speciale kleren draagt. Jezus zelf heeft nooit over zulke middelen van een uiterlijke onderscheiding gesproken, of die gepraktiseerd. Wat Hij leerde was dat de geest vrij moest zijn van de geest van de wereld, zelfs al leefde je er middenin.
Wij zijn wezens in een vreemd element. Een, schip in de oceaan is omringd door water en toch dringt het zeewater niet in het schip. Als een gelovige zo leeft, zal hij zeker bespot worden en vroeg of laat tegenstand krijgen van de wereld. De wereld wordt al gauw een ongemakkelijke plaats voor hem. Jezus waarschuwde Zijn discipelen van te voren dat deze vijandschap onvermijdelijk was als een gevolg van het volgen van Jezus (Joh. 16:33). Als een christen een hemelburger is, dan is de aarde duidelijk niet zijn natuurlijk element. Hij is als een vis op het droge en hoeft niet verbaasd te zijn als hij het moeilijk vindt om hier op aarde zijn bestaan te hebben. Er zou een wonder voor nodig zijn om een vis op het droge in leven te houden en er is ook een wonder nodig voor de ware gemeente van Christus om op aarde te leven. Maar dat is juist Gods bedoeling - een leven van dagelijkse afhankelijkheid van Zijn wonderwerkende kracht.
God verwacht dat Hij een grote kloof zal zien tussen Zijn volk en de geest van deze wereld, een kloof zo diep en breed als die, die het paradijs scheidt van de hel (Luk. 16:26), een kloof die nooit overbrugd kan worden. Vrij te zijn van de geest van de wereld is altijd Gods verlangen voor de Zijnen geweest. Helaas moet menig gelovige deze les nog leren en zolang hij dat niet doet, blijft hij krachteloos en gefrustreerd.
Het was deze vrijheid van geest die Abraham, nadat hij het geleerd had, in een positie van kracht en vruchtbaarheid bracht. Dit is duidelijk te zien in Genesis 22. Daar zei God tegen Abraham dat hij zijn enige zoon moest offeren. Dit was niet omdat Hij Izak wilde doden (zoals blijkt uit vers 12) maar om Abraham vrij te maken van elke buitensporige liefde voor de jongen. Abrahams bruikbaarheid als dienaar van God was het punt hier. God wilde dat hij vrij zou zijn van elke zelfgerichte bezitsdrang in zijn houding ten aanzien van Izak. Hij wilde dat Abraham Izak voortdurend zou zien als een goddelijke gave.
Als de Here materiële bezittingen en andere dingen die ons dierbaar zijn van ons afneemt of ze ons onthoudt, handelt Hij met ons zoals met Abraham. Dit verklaart waarom Hij de rijke jongeling vroeg alles wat hij had te verkopen. Hij zat te vast aan zijn geld. Materiële dingen op zich zijn niet zondig. Pas als ze een belemmering vormen om de Here te volgen, worden ze zondig. Dit is ook waarom de Here ziekten en sterfgevallen in onze familie toelaat, om ons innerlijk los te maken van een te grote genegenheid voor onze geliefden (Luk. 14:26, 27). Ware afscheiding houdt ook in dat we alles wat we hebben, beschouwen als ons toevertrouwd en dus niet van onszelf, maar van de Here, en ons gegeven om te gebruiken voor Zijn glorie.
We kunnen onszelf tot Gods kinderen rekenen, maar als we dit aspect van het kruis van Christus niet aanvaard hebben, met alle kosten daarvan, zullen we nooit de voorrechten van zoonschap genieten die God bedoelt voor al Zijn zonen en dochters (2 Kor. 6:14-18). Broeders en zusters, er is een rijkdom waar we nooit van hebben kunnen dromen, die God bedoeld heeft voor ons. Wij hebben die nog niet ontvangen en Hij kan ons die ook niet geven, omdat ons hart afgetrokken wordt en onze handen vol zijn van de dingen van de wereld.
Wordt D.V. vervolgd.
* De teksten uit het Oude testament zijn geciteerd uit de Staten Vertaling.