Lezen: Romeinen 3:13-20
"... hun keel is een open graf, met hun tongen plegen zij bedrog'; 'addergif is onder hun lippen'; 'hun mond is vol vervloeking en bitterheid'; 'hun voeten zijn snel om bloed te vergieten; vernieling en ellende is op hun wegen; en de weg van de vrede hebben zij niet gekend'; 'geen vrees voor God staat hun voor ogen'. Nu weten wij, dat al wat de wet zeg zij dat spreekt tot hen die onder de wet zijn, opdat elke mond wordt gestopt ... Daarom zal op grond van werken van de wet geen enkel vlees voor Hem gerechtvaardigd worden; want door de wet komt kennis van de zonde"
(zie Jesaja 1:6).
"Laat u met God verzoenen ..." (2 Korinthe 5:21)
"Daarom, als iemand in Christus is, is hij een nieuwe schepping" (2 Korinthe 5:17)