Johannes meldt dat de Heer het volgende zei: "Mijn koninkrijk is niet van deze wereld. Als Mijn koninkrijk van deze wereld was, zouden Mijn dienaars hebben gestreden, opdat Ik niet aan de Joden zou worden overgeleverd; maar nu is Mijn koninkrijk niet van hier" (Johannes 18:36).
Zouden alleen al niet deze woorden het pleit hebben beslecht?
Hoewel een meer schandelijke gebeurtenis dan de berechting van de Heer tot dan toe nog nooit was voorgevallen, werden Zijn dienaren toch niet geroepen om te vechten. Eén van hen, Petrus, had dit niet begrepen en sloeg het rechteroor af van Malchus. "Steek het zwaard in de schede", was het kalme advies van de Meester (Johannes 18:10-11).
Na enige principes, of begrippen, te hebben nagagaan waaraan de politiek ten grondslag ligt in een wereld die Christus verworpen heeft - en het verschrikkelijke resultaat in de 'zaak der zaken' - moet de Bijbellezer toch wel toegeven dat politieke activiteit niet de weg is voor de Christen. Op hetzelfde mement kan en zal de vraag rijzen: Maar hoe kunnen Christenen dan invloed uitoefenen in deze wereld?
Christenen hebben en zullen invloed hebben in deze wereld. Maar dit wordt niet bererikt door "vechten" of door het verbeteren van de wereld. Veeleer wordt de gelovige geroepen:
In een wereld die Christus verwierp gaat ons getuigenis over een verworpen Christus.
Christenen worden vereenzelvigd met Christus. Zij regeren wanneer Hij regeert (Openbaring 20:6), en zij delen Zijn verwerping wanneer Hij wordt verworpen. De Korinthiërs waren niet duidelijk op dit punt. Zij wilden niet wachten tot de tijd van Christus’ regering. Paulus berispt hen: "Reeds bent u verzadigd, reeds bent u rijk geworden, zonder ons hebt u geregeerd; en ik zou wel willen dat u regeerde, opdat ook wij met u regeerden" (1 Korinthe 4:8). Dan vervolgt hij met te beschrijven hoeveel de apostelen leden. Zij waren “als ten dode gedoemden ... en schouwspel geworden" en "tot op dit ogenblik lijden wij zowel honger als dorst, en zijn naakt, enworden met vuisten geslagen, en hebben geen vaste woonplaats, en vermoeien ons door met onze eigen handen te werken. Worden wij gescholden, wij zegenen; vervolgd, wij verdragen", enzovoort (zie 1 Korinthe 4:9-13). Na deze lange lijst van lijden wijst de apostel de Korinthiërs terecht door hun aan te sporen deze instelling van het willen heersen te verzaken en liever zijn voorbeeld na te volgen: "Ik vermaan u dus: weest mijn navolgers" (1 Korinthe 4:16).
Een ander voorbeeld wat nogal gemakkelijk op het thema wordt toegepast is dat van Abraham en Lot. Abraham was afgezonderd terwijl Lot in de poort van Sodom zat, een invloedrijke plaats (Genesis 19:1). Lot kwelde zijn rechtvaardige ziel (2 Petrus 2:7-8), en zijn getuigenis werd aan de kant gelegd in die mate dat, toen hij zijn familie waarschuwde. “Maar hij was in de ogen van zijn schoonzonen als schertsende" (Genesis 19:14). Hij had helemaal geen invloed. Aan de andere kant was Abraham afgezonderd. Hij had geen plaats in Sodom en hij wilde zelfs geen gaven van de zonen van Heth ontvangen (Genesis 23:3-16) noch van de groten van de aarde (Genesis 14:23). En wat was het resultaat? Hij had een veel beter getuigenis: hij werd door hen als een prins van God beschouwd. Ironisch, hij ging uit als iemand die Lot moest bevrijden (Genesis 14:16). Kijk eens naar het toneel van Sodom's vernietiging (Genesis 19:27-29): Abraham stond op een afstand en Lot werd bewaard vanwege hem (niet andersom).
Een Christen heeft een meer dan verheven plaats (Efeze 2:6) en Voorwerp (Kolosse 3:1). Eenmaal bewust te zijn van het "deelgenootschap van de hemelse roeping" (zie Hebreeën 3:1) zouden zij minder in beslag genomen zijn door aardse doelstellingen. Laten we evenzeer oppassen om geen politieke principes te introduceren (bij bijvoorbeeld belangrijke beslissingen) in het praktische leven - individueel en collectief - van het volk van God. Wonend in democratische landen schijnt de vooruitgang zo natuurlijk te zijn, maar we kunnen God danken voor de absolute en onfeilbare leiding vervat in Zijn Woord.
Een oud Latijns spreekwoord zegt: "vox populi - vox dei" (de stem van het volk is de stem van God). Anderen dachten het beter te zeggen: "vox populi - vox bovis" (de stem van het volk is de stem van een os). Er moet de aandacht gevestigd worden op het feit dat dingen vaak verkeerd zijn en we eigenlijk moeten zeggen: "vox populi, vox diaboli" (de stem van het volk is de stem van de duivel). Het gedeelte uit Lukas 23 hierboven besproken is hiervan een sprekend voorbeeld. Het blijft waar zolang de Nazarener wordt veracht en verworpen. Maar spoedig zal Hij op aarde regeren en zal in waarheid gezegd worden: "vox regis, vox dei" (de stem van de koning is de stem van God).
M. Hardt
Uit: Folge mir nach
Vertaling: Frisse Wateren - rm