11 jaar geleden

Algemene geschiedenis van de Christelijke Kerk (10)

Het Heilige Land – boven alle andere landen belangrijk, zowel vanuit een zedelijk als vanuit een geschiedkundig oogpunt -, is van zeer geringe oppervlakte … Het land, oorspronkelijk door Israël bezet, lag tussen de oude rijken van Assyrië en Egypte. Vandaar de herhaalde vermelding in het Oude Testament van “de koning van het Noorden” en “de koning van het Zuiden”. Als een gevolg van zijn ligging was het menigmaal het toneel van de strijd tussen deze machtige rijken; en wij weten uit Daniël 9, dat het ook de slagveld zal zijn, waar zij zullen worden vernietigd. Het land is aanhoudend, van de dagen van de apostelen af, een voorwerp van nationale naijver en een aanleiding tot godsdienstoorlogen geweest. Wie zou kunnen zeggen, hoeveel bloed er gestort is, en hoeveel schatten er verspild zijn op zijn gewijde vlakten, en dat alles achter het masker van godsdienstijver en onder de banieren van het kruis of de halve maan. In alle eeuwen trokken de pelgrims daarheen, om te aanbidden op het heilige graf en hun geloften te vervullen. Het was altijd het grote aantrekkingspunt voor reizigers van alle soort en natie…

Deel 1: 32 – 814 n. Christus

De zegepraal van het evangelie in Samaria

Filippus, de diaken, die op Stefanus volgt in betoning van ijver en kracht, gaat naar Samaria. De Heilige Geest Geest is met hem. Naar de wijsheid van de wegen van de Heer is het verachte Samaria de eerste plaats buiten Judea, waar het evangelie wordt verkondigd door Zijn uitverkoren getuige. “En Filippus daalde af naar een stad van Samaria, en predikte hun Christus. En de scharen hielde zich eendrachtig aan wat door Filippus gezegd werd, toen zij [hem] hoorden en de tekenen zagen die hij deed …”. “En er kwam grote blijdschap in die stad” (Handelingen 8:5, 8). Een menigte van mannen en vrouwen geloofde, en werden gedoopt. Zelfs Simon de tovenaar erkende de aanwezigheid van een macht die de zijne ver te boven ging, en boog voor de kracht van het werk van de Geest in anderen, alhoewel de waarheid zijn eigen hart of geweten niet had doordrongen. Maar omdat wij nu naar een ander deel van het land gereisd zijn, is het niet onnuttig hier een woord over de geschiedenis daarvan te zeggen.

Het Heilige Land – boven alle andere landen belangrijk, zowel uit een zedelijk als een geschiedkundig oogpunt -, heeft van zeer geringe oppervlakte. Het is niet meer dan een strook grond, ongeveer 40 uren lang en gemiddeld 20 breed, minder nog in oppervlakte dan ons eigen kleine Nederland. Het noordelijke gedeelte is Galilea; het middelste Samaria; het zuidelijke Judea. Doch al is het klein van omvang, zo hebben de belangrijkste gebeurtenissen van de wereld daar plaats gevonden. De Heiland werd er geboren, leefde en stierf aldaar, ook had er Zijn opstanding plaats. Zijn apostelen en eerste martelaren leefden, getuigden en leden in dat land. De eerste prediking van het evangelie werd er gehouden en ook de eerste gemeente gesticht.

Het land, oorspronkelijk door Israël bezet, lag tussen de oude rijken van Assyrië en Egypte. Vandaar de herhaalde vermelding in het Oude Testament van “de koning van het Noorden” en “de koning van het Zuiden”. Als een gevolg van zijn ligging was het menigmaal het toneel van de strijd tussen deze machtige rijken; en wij weten uit Daniël 9, dat het ook de slagveld zal zijn, waar zij zullen worden vernietigd. Het land is aanhoudend, van de dagen van de apostelen af, een voorwerp van nationale naijver en een aanleiding tot godsdienstoorlogen geweest. Wie zou kunnen zeggen, hoeveel bloed er gestort is, en hoeveel schatten er verspild zijn op zijn gewijde vlakten, en dat alles achter het masker van godsdienstijver en onder de banieren van het kruis of de halve maan. In alle eeuwen trokken de pelgrims daarheen, om te aanbidden op het heilige graf en hun geloften te vervullen. Het was altijd het grote aantrekkingspunt voor reizigers van alle soort en natie, en de grote stapelplaats van wonderdoende relikwieën. De Christen, de historieschrijver en de oudheidkenner hebben het ijverig doorzocht, en hun ontdekkingen wereldkundig gemaakt. Altijd, van Abraham’s dagen af, is het de belangwekkendste en aantrekkelijkste plek geweest van de hele oppervlakte van de aarde. En voor hem, die de profetieën bestudeert, is zijn toekomstige geschiedenis haast nog belangrijker dan zijn verleden. Hij weet, dat de dag komt, waarop het gehele land bewoond zal worden door de twaalf stammen van Israël, en vervuld zal zijn met de heerlijkheid en majesteit van hun Messias. Dan zullen zij erkend worden als het hoofdvolk van de hele aarde.

Wij keren nu terug naar Samaria met zijn nieuwe zegen en zijn blijdschap. De Samaritanen namen, door de werking van Gods Geest, bereidwillig het evangelie aan dat zij van Filippus gehoord hadden. De resultaten van de waarheid, aldus in eenvoud ontvangen, waren onmiddellijk en van de heerlijkste aard. “Er kwam grote blijdschap in die stad”, en velen werden gedoopt. Waar het evangelie geloofd wordt, moest dit altijd het gevolg wezen, tenzij er iets in onszelf belemmerend tussenkomt. Als er oprechte eenvoud van het geloof is, moet er ook ware vrede en blijdschap daarenboven gewillige gehoorzaamheid volgen. De kracht van het evangelie over een volk, dat eeuwen lang de eisen van het Jodendom weerstaan had, was dus tentoongespreid. Wat de wet in dit opzicht niet vermocht, bracht het evangelie tot stand. Samaria was een verovering, die al de kracht van het Jodendom nooit in staat geweest was te behalen, een nieuwe en heerlijke zegepraal van het evangelie.

Jeruzalem en Samaria door het evangelie één

De bittere naijver, die bestond tussen Joden en Samaritanen, was lang tot een spreekwoord geweest, waarom wij ook in Johannes 4 lezen: “Want Joden hebben geen omgang met Samaritanen”. Nu echter verdwijnt deze wortel van bitterheid voor het evangelie van de vrede.

Niettemin, in de wijsheid van de wegen van God, moeten de Samaritanen op de grootste zegen van het evangelie wachten totdat de Joodse gelovigen – de apostelen uit de gemeente te Jeruzalem – hun handen op hen legden en voor hen baden. Dit feit is van groot belang, wanneer wij de godsdienstige naijver, wederkerig zo lang geopenbaard, in aanmerking nemen. Had Samaria deze tijdelijke les van vernedering niet ontvangen, zo had er bij haar nog wederom een neiging kunnen ontwaken, om haar trotse onafhankelijkheid tegenover Jeruzalem te handhaven. Maar dit wilde de Heer niet. De Samaritanen hadden geloofd, zich verblijd en waren gedoopt, maar zij hadden de Heilige Geest nog niet ontvangen. “Toen nu de apostelen, die te Jeruzalem waren, hoorden dat Samaria het woord van God aangenomen had, zonden zij Petrus en Johannes tot hen. Dezen, tot hen afgekomen, baden voor hen, dat zij de Heilige Geest mochten ontvangen; want Hij was nog op niemand van hen gevallen, maar zij waren alleen gedoopt tot de naam tot de naam van de Heer Jezus. Toen legden zij hun de handen op en zij ontvingen de Heilige Geest” (Handelingen 8:14-17).

Eenmaking is het hoofddenkbeeld van de oplegging van de handen, en eenheid dat van de gave van de Heilige Geest. Dit zijn feiten met een verre strekking in verband met de uitbreiding van de gemeente. Samaria wordt dus in gelukkige verbinding gebracht met haar oude mededingster, en ééngemaakt met de gemeente te Jeruzalem.. Er is in Gods hart geen gedachte aan een gemeente, die onafhankelijk zou zijn van een andere. Als elke gemeente te Jeruzalem en te Samaria gezegend geweest was, afgescheiden en onafhankelijk van de andere, zo zou de naijver heviger dan ooit hebben kunnen ontbranden. Maar het zou niet langer zijn “op deze berg” of “te Jeruzalem”, maar: één Hoofd in de hemel, één lichaam op aarde, één Geest, één verloste familie, die de Vader aanbad in geest en waarheid; “want de Vader zoekt ook degenen die Hem [zo] aanbidden” (zie Johannes 4:21-24). Wat de oorsprong betreft van de gemengde bevolking en eredienst van Samaria, kunnen wij 2 Koningen 17 lezen. Zij waren maar voor de helft Joden, hoewel zij zich beroemden op hun betrekking tot Jakob. Zij erkenden de vijf boeken van Mozes als heilig; doch de overige bijbelboeken schatten zij niet zo hoog. Zij waren besneden, hielden gedeeltelijk de wet, en verwachtten de komst van een Messias. Het persoonlijk bezoek van de Heer aan Samaria is van groot belang (Johannes 4). De put, waar de Heer uitrustte, lag, zoals men beweert, in een dal tussen de twee vermaarde bergen Ebal en Gerizim, waarop de wet voorgelezen werd. Op de Gerizim stond de tempel van de Samaritanen, die zo lange tijd voor de ijverige Joden tot een oorzaak van smart geweest was, daar hij een miskenning was van het éne, uitverkoren heiligdom op de berg Moria.

Oorspronkelijke titel: Church History
Vertaald uit het Engels door H.J. Lemkes

In boekvorm verkrijgbaar bij:
Stichting “Uit het Woord der Waarheid”, Postbus 260, 7120 AG Aalten

Geplaatst in: ,
© Frisse Wateren, R. Mol