1 week geleden

Afhankelijkheid in het leven van Jezus (27)

Door hoop overwinnen

“Ik nu zeg u in waarheid: er zijn sommigen van hen die hier staan, die [de] dood geenszins zullen smaken voordat zij het koninkrijk van God hebben gezien.” Het gebeurde nu ongeveer acht dagen na deze woorden, dat Hij Petrus, Johannes en Jakobus meenam en op de berg klom om te bidden. En terwijl Hij bad, werd het uiterlijk van Zijn gezicht anders en Zijn kleding werd lichtend wit” (Luk. 9:27-29).

We lezen vaker, dat Jezus een berg beklom om daar te bidden (Luk. 6:12; 22:39-41; Matth. 14:23). De berg spreekt aan de ene kant van de afzondering van mensen en aan de andere kant van de nabijheid van God. Als je een berg beklimt, verlaat je de vallei een tijdje, om alleen te zijn en om een goed uitzicht te hebben. Vanaf de berg kan men, figuurlijk gezien, sommige dingen iets meer met de ogen van God zien (zie Deut. 34:1).

De weg van Jezus leidde door lijden naar heerlijkheid. Op deze weg zocht Hij als afhankelijke Mens ook bemoediging. Psalm 110 vers 7 zegt profetisch over Hem: “Hij drinkt onderweg uit de beek, daarom heft Hij Zijn hoofd omhoog”. Het tafereel op de berg der verheerlijking was zeker voor Hem zo een drinken uit de beek van God die ook altijd vol met water is (Ps. 65:9). Het gesprek met Mozes en Elia, die daar in heerlijkheid verschenen, moet een bijzondere bemoediging voor Hem geweest zijn om naar het doel te kijken en Zijn aangezicht vastbesloten op Jeruzalem te richten (Luk. 9:51), waar Zijn uitgang ook vervuld zou worden (Luk. 9:31).

De Leidsman en Voleinder van het geloof leefde elke dag uit geloof. De heerlijkheid die voor Hem lag, stond door geloof voortdurend voor het oog van Zijn hart. Deze hoop hielp Hem om het lijden hier op aarde te verdragen, want we lezen dat Hij “om de vreugde die vóór Hem lag, [het] kruis heeft verdragen, terwijl Hij [de] schande heeft veracht” (Hebr. 12:2). Hetzelfde zou waar moeten zijn van Zijn discipelen. Daarom ontvangen zij op de berg deze profetische visie op toekomstige gebeurtenissen en om dezelfde reden hebben wij vandaag het profetische Woord in onze handen (2 Petr. 1:16-19).

Nu lijden wij in deze vervloekte wereld, terwijl we een verworpen Christus volgen. Maar spoedig, misschien vandaag – zal Hij wederkomen om ons naar het huis van Zijn Vader, de eeuwige woonplaats van God, te leiden. Bovendien wachten we op de dag waarop Hij, Die hier verworpen en gekruisigd werd, in heerlijkheid over deze schepping heersen zal – met ons aan Zijn zijde. God wil dat wij ons met de toekomstige gebeurtenissen bezighouden, die Hij ons in Zijn Woord meedeelt. We moeten de dingen kennen die aan het einde van de weg op ons wachten, en ons daarop verheugen!

Vaak helpt de ‘voorvreugde’ op de komende vakantie ons goed om te gaan met de dingen, die nog moeten komen. Is dat met het oog op de eeuwigheid ook zo? Heeft de hoop, dat we binnenkort voor altijd met Christus zullen zijn en God elke traan van onze ogen zal afwissen, enige praktisch uitwerking op ons leven? Kennen we momenten dat we “het dal” eens een paar minuten achter ons laten en op de “berg” met God over Zijn interesses en doelen spreken?

Online in het Duits sinds 20.05.2017.

Jan Philip Svetlik, © www.bibelstudium.de

Geplaatst in:
© Frisse Wateren, R. Mol