3 maanden geleden

Afhankelijkheid in het leven van Jezus (26)

Gebed opent de ogen

“En het gebeurde, toen Hij alleen in gebed was, dat de discipelen bij Hem waren, en Hij vroeg hun aldus: Wie zeggen de menigten dat Ik ben? Zij nu antwoordden en zeiden: Johannes de doper; en anderen: Elia; en anderen dat een profeet, één van de ouden, is opgestaan. Hij nu zei tot hen: U echter, Wie zegt u dat Ik ben? Petrus nu antwoordde en zei: De Christus van God” (Luk. 9:18-20).

Jezus bidt en vraagt dan aan Zijn discipelen wat zij van Hem denken. Wie is Hij in hun ogen? Petrus ontvangt een goddelijke openbaring en herkent in Hem de Christus, de Zoon van de levende God (Matth. 16:16). We mogen aannemen dat de Heer heeft gebeden, dat de ogen van Zijn discipelen voor Hem worden geopend. Ook wij zijn daarvan afhankelijk, dat God onze ogen opent, zodat we de waarheid kunnen begrijpen en groeien in de kennis van de Zoon van God. Daarom bidt Paulus ook dat de Efeziërs verlicht zouden worden door de ogen van hun hart (Ef. 1:18).

Hebben we wel eens een vers of gedeelte misschien al 50 keer gelezen, en zijn we de inhoud dan ineens met andere ogen gaan zien zodat het gedeelte plotseling kostbaar voor ons werd? Toen Hudson Taylor, na jarenlang als zendeling in China te hebben gewerkt, zijn ogen opende voor Johannes 15 vers 1-5, was zijn leven niet meer hetzelfde.

God antwoordde het gebed van Mozes, die bad: “Toon mij toch Uw heerlijkheid!” (Ex. 33:18). Hij houdt er ook vandaag nog van om te reageren wanneer wij, zoals Paulus, vragen: “Wie bent U, Heer?” (Hand. 9:5)

Zeker hebben ook wij, die in de tijd van Laodicea leven, het nodig de ogen voor de geestelijke realiteit waarin we staan, door God opnieuw te laten openen (zie Openb. 3:18). Toen de dienaar, die bij Elisa was, de grote kracht van de vijand om zich heen zag, werd hij door angst bevangen. Elisa daarentegen was rustig in deze situatie. Hij had open ogen voor de geestelijke wereld die hen omringde, en daarom kon hij zeggen: “Wees niet bevreesd, want die bij ons zijn, zijn méér dan die bij hen zijn”. Dan bidt de man van God: “HEERE, open toch zijn ogen zodat hij ziet! En de HEERE opende de ogen van de knecht, zodat hij zag; en zie, de berg was vol paarden en strijdwagens van vuur rondom Elisa” (2 Kon. 6:15-17).

Laten we vaak bidden, zoals de psalmist: “Ontsluit mijn ogen en laat mij aanschouwen de wonderen van Uw wet” (Ps. 119:18). Verlangen wij ernaar dat God ons vandaag iets laat zien van Zijn heerlijkheid? Zijn wij ons bewust dat, naast de zichtbare wereld, er nog steeds een onzichtbare wereld bestaat, waarin ook vandaag geestelijke strijd plaatsvindt (Ef. 6:12), die een sterke invloed op ons leven heeft?

Online in het Duits sinds 18.05.2017

Jan Philip Svetlik, © www.bibelstudium.de

Geplaatst in:
© Frisse Wateren, R. Mol