1 week geleden

Afhankelijkheid in het leven van Jezus (15)

Gebed in de morgen met geopende oren

“O God, U bent mijn God! U zoek ik vroeg in de morgen; …” (Ps. 63:1).

De trouwe dienaar van God heeft de gewoonte om ’s morgens vroeg op te staan om de dag met gebed te beginnen. In Psalm 88 zegt hij profetisch: “Mijn gebed komt u tegemoet in de morgen” (Ps. 88:14). Elke morgen beseft hij zijn afhankelijkheid van God doordat hij zijn oor in stilte wekken en openen laat om als een discipel (een leerling) te worden onderwezen (Jes. 50:4,5). De Grote, Eeuwige “Ik Ben”, de Jehova van het Oude Testament, de Schepper van hemel en aarde, komt in deze wereld in de gestalte van een dienaar, en laat Zich in gebed door God tonen, wat Hij doen moet! Bij het aanbreken van de dag treedt Hij in de tegenwoordigheid van God, waar Hij op de dienst van de dag wordt voorbereid. Hij ontvangt daar woorden, waarmee Hij weer de vermoeide en neergeslagen zielen oprichten moet.

De discipelen weten waar ze hun Meester in de vroege ochtend kunnen vinden. Jezus is voorbereid wanneer Petrus en de anderen kort daarna bij Hem komen en zeggen: “Allen zoeken U” (Mark. 1:37). Hoe gemakkelijk ben je bij zulke woorden geneigd om onmiddellijk te reageren, en op de wensen in te gaan van hen die naar ons verlangen? “Nee” te zeggen en daardoor anderen teleur te stellen, valt ons vaak niet gemakkelijk. Wat antwoordt de Heer tegen Zijn discipelen in deze situatie? “Laten wij ergens anders heengaan, naar de naburige plaatsen, opdat Ik ook daar predik; want daartoe ben Ik uitgegaan” (Mark. 1:38). Dat was de wil van God voor Hem op deze dag, en dat zal zijn dagelijkse routine bepalen. Als wij ons leven overdenken, moeten we dan vaststellen dat wij in de eerste plaats voor mensen of voor de Heer staan?

Het juiste begin van de dag maakt veel verschil. Hebben we open oren tijdens onze stille tijd in de ochtend? Verwachten wij, dat God in deze tijd tot ons spreekt en ons voor diensten of beslissingen die in de loop van de dag op ons afkomen, voorbereidt? David, de man naar het hart van God, had al vroeg in de morgen een brandend verlangen naar gemeenschap met zijn God. Hij verlangde ernaar dat de HEER aan het begin van de dag tot hem sprak, want hij schrijft: “Doe mij in de morgen Uw goedertierenheid horen, want ik vertrouw op U; maak mij de weg bekend die ik te gaan heb, want tot U hef ik mijn ziel op” (Ps. 143:8). Is dat ook ons gebed voor deze dag?

Online in het Duits sinds 15.02.2017.

Jan Philip Svetlik, © www.bibelstudium.de

Geplaatst in:
© Frisse Wateren, R. Mol