2 weken geleden

Afhankelijkheid in het leven van Jezus (14)

Lezen: Markus 1 vers 32-35.

De morgenschemering

“Ik ben de morgenschemering voor geweest en heb om hulp geroepen; op Uw woord heb ik gehoopt” (Ps. 119:147).

In Markus 1 lezen we over een dag uit het leven van Jezus. Hij gaat in de synagoge en onderwijst daar met gezag, zodat mensen zich verwonderen. Plotseling openbaart zich een onreine geest, die in een mens gevaren is. Jezus gebiedt hem om te zwijgen en drijft hem uit. Vanuit de synagoge gaat het rechtstreeks naar het huis van Simon Petrus, waar zijn schoonmoeder met sterke koorts aan bed gebonden is. De Heer neemt Zich tijd en geneest haar.

Als het dan avond is, staat na zonsondergang plotseling de hele stad voor de deur. Tot laat in de nacht helpt Hij een ieder die in zijn nood naar Hem toekomt (Mark. 1:32,34). Wat een last moet het voor Hem zijn geweest om op deze avond de zwakheden en ziekten van de vele mensen in Zijn geest te dragen (Matth. 8,16,17)! Als geen ander kon Hij, de enige zondeloze Mens, met de smarten en de nood van het volk mee lijden.

Velen zouden zich een “verdiend” uitslapen hebben gegund na zo’n drukke avond. Maar de trouwe dienaar van God staat ook op deze morgen voor zonsopgang op, om in de duisternis alleen met God te zijn: “En ’s morgens vroeg, toen het nog diep in de nacht was, stond Hij op, ging naar buiten en ging weg naar een woeste plaats en daar bad Hij” (Mark. 1:35). Daar, in stilte, vraagt Hij om leiding voor de dag. Vermoeidheid of uitputting konden Hem er niet van weerhouden om in de vroege morgen gemeenschap te hebben met Zijn Vader.

Is Hij ook op dit punt ons voorbeeld? Welke prioriteit en welke waarde heeft het gebed in de ochtend in ons leven? Zijn we bereid om dingen op te geven (zoals activiteiten in de late avond) om de volgende dag in rust met God te beginnen?

Online in het Duits sinds 10.02.2017.

Jan Philip Svetlik, © www.bibelstudium.de

Geplaatst in:
© Frisse Wateren, R. Mol