3 weken geleden

Afhankelijkheid in het leven van Jezus (04)

Verbruiker in de roes van de tijd?

“Nu is de godsvrucht met tevredenheid inderdaad een grote winst” (1 Tim. 6:6).

Abel wordt vermoord en Seth is geboren. Hij noemt zijn zoon Enos, wat ‘zwak of vergankelijk mens’ betekent. Het bewustzijn van eigen zwakheid en afhankelijkheid drijft de gelovigen tot gebed: “Toen begon men de naam van de HEERE aan te roepen” (Gen. 4:26). De geschiedenis van de nakomelingen van Kaïn daarentegen ziet er heel anders uit: hoogmoed en zelfvertrouwen domineren de wereld. Zij bouwen zich steden en vermeerderen hun bezit, zonder naar de wil van God te vragen (1 Petr. 4: 17-22).

We lopen allemaal het gevaar in de wereld – waar de Zoon van God arm werd en geen plaats had waar Hij Zijn hoofd kon leggen (Matth. 8:20) – het leven zo mooi mogelijk te maken. Past dit bij elkaar? Met een paar klikken kan men vandaag bij het online-shoppen, voordat je het weet, veel geld aan mooie dingen uitgeven, waardoor het leven makkelijker wordt. Neemt men werkelijk nog wel de tijd om te beproeven of het ook de wil van God is? Hoe snel gebeurt het ons, dat we niet naar de wil van God vragen en gewoon de levensstijl van de wereld overnemen. De oproep „weest niet gelijkvorming aan deze wereld” is voor onze haastige tijd uiterst actueel!

De Zoon van God wordt mens en heeft onder de mensen “getabernakeld” [1] (Joh. 1:14). Als iedereen naar zijn huis gaat, gaat Hij naar de Olijfberg (Joh. 8:1). Daar brengt de hemelse Vreemdeling vele nachten door, terwijl Hij de mensen gedurende de dag dient (Luk. 21:37). Het is verre van hem om bezit te verzamelen in deze wereld. Integendeel, Hij leeft een zeer bescheiden leven en is toch tevreden, omdat God Zijn erfdeel is (Ps 16:6). Bij de spijziging van de 4.000 dankt Hij zowel voor de zeven broden (Mark. 8:6) als ook voor de kleine vis (Mark. 8:7), die bij Hem gebracht worden. Als Hem bij een andere keer vijf broden en twee vissen worden gegeven, kijkt Hij afhankelijk en vol vertrouwen naar de hemel, dankt daarvoor en geeft het aan Zijn discipelen (Mark. 6:41). Hoewel Hij royaal in genade uitdeelt, zodat er overvloed aanwezig is, is Hij tegelijkertijd erop bedacht dat niets verloren gaat, dus vraagt Hij Zijn discipelen om de rest van de brokken te verzamelen (Joh. 6:12).

Waardoor wordt in ons leven zichtbaar, dat we niet op de weg van de nakomelingen van Kaïn gaan? Weerspiegelt ons verbruiksgedrag onze hemelse gezindheid? In hoeverre is de Heer Jezus op dit gebied ons voorbeeld?

NOOT:
1. Dit is ‘in een tent gewoond’.

Online in het Duits sinds 17.01.2017.

Jan Philip Svetlik, © www.bibelstudium.de

Geplaatst in:
© Frisse Wateren, R. Mol