3 jaar geleden

7. De Bijbel: de ingeving of inspiratie

Dat de zesenzestig boeken in de Bijbel een eenheid vormen, danken we aan het feit dat de schrijvers werden geïnspireerd door de Geest van God. Hoe dit gebeurde, weten we niet. We zouden dan zelf de kracht van de inspiratie ervaren hebben. We weten ondanks dat wel iets over de inspiratie, omdat ons de Schrift zelf daarover iets vertelt. We moeten daarbij echter niet vergeten, dat het bijbelse begrip “inspiratie” of “ingeving” betekent iets anders voorstelt, dan wat we bij normaal spraakgebruik daaronder verstaan. Er wordt gezegd bijvoorbeeld, dat een schilder door een bepaalde actie of gebeurtenis werd geïnspireerd om een schilderij te maken. En bij het uitvinden van spellen kan men soms een goede ingeving hebben. De bijbelse term “inspiratie” gaat echter veel verder. We zullen dat in deze les zien.

1. In de vorige lessen hebben we al enkele malen een tekst genoemd, die zegt dat profetie ontstaan is door het feit, dat mensen van Godswege gesproken hebben, ……….. Heilige Geest (2 Petr. 1:21).

2. Een ander getuigenis van de werking van de Heilige Geest lezen we in Johannes 14

vers 26. De Geest van God zal de discipelen alles leren en ………………

……………………………………………………………………………………………………….……………….

De Heilige Geest zal de discipelen dus precies aan dat herinneren, wat de Heer gezegd

heeft. Het schriftelijke resultaat, vinden we in de vier …………………………………………… .

3. Bovendien zal de Geest van de waarheid van Christus

……………………………………………………………………………………………………….……………….

(Joh. 15:26).

En wie zou getuigen, dat wil zeggen, door de Geest gebruikt worden (Joh. 15:27)?

……………………………………………………………………………………………………….……………….

Het resultaat hiervan is te vinden in ………………………………………………………

4. Vervolgens lezen we dat de Heilige Geest de discipelen leiden zal in de

……………………………………. (Joh. 16:13a).

Deze “leer” ontmoeten we in de brieven van Paulus, Petrus, etc.

5. Tenslotte wordt in Johannes 16 vers 13b nog een vierde werking genoemd. Welke?

……………………………………………………………………………………………………….……………….

Aan welk boek van de Bijbel denken we dan meteen?

……………………………………………………………………………………………………….……………….

6. Een schriftgedeelte dat in dit verband uitvoerig over de werking van de Heilige Geest spreekt, is 1 Korinthe 2 vers 6-16. In vers 7 verklaart Paulus dat datgene, waarover hij het heeft

……………………………………………………………………………………………………….……………….

Deze wijsheid van God kan niet op een natuurlijke wijze verworven worden!

• Men kan haar niet zien: “Wat geen ………………………………………………

……………………………………………………………………………………………….……” (vs. ……).

• Omdat de mensen er niets van weten, kan met het ook niet van anderen horen:

“en geen ………………………………………………………………………………” (vs. ……).

• En de menselijke wijsheid heeft daarvan niet kunnen dromen, men kan dit niet

bedenken: “en in geen ………………………………………………………………………….

………………………………………………………………………….……” (vs. ……).

7. Waarom weet Paulus  er desondanks er toch iets van? Wel, omdat God het

…………………………………………………………………………………………… (vs. ……).

Paulus zelf kon de gedachten van God niet doorgronden; doch zoals de menselijke geest weet, wat in de mens is, zo weet de Geest van God, wat in God is.

8. Echter, het is niet genoeg als Paulus en de andere apostelen de gedachten van God kennen, ook alle overige gelovigen moeten deze kennen. Daarom hebben Paulus en de anderen dat, wat God aan hen geopenbaard heeft, niet voor zichzelf gehouden, maar daarover gesproken. Hoe dat “verder geven” op zich ging, laat vers 13 zien, namelijk “niet in woorden ………………………………..

…………………………………………………………………………………………….……….,

maar in woorden …………………………………………………………………………………………………..

…………………………………………………………………….……”.

Wat Paulus zegt, is precies dat, wat God heeft geopenbaard! Met andere woorden: Het water dat door het kanaal stroomt, is zo helder als het water van de bron!

9. Er komt nog iets anders bij! Wie het Woord hoort of leest, moet in staat zijn om het te begrijpen. Wie neemt niet aan wat van de Geest van God is? “de

……………………………………………… mens”.

En wie beoordeelt alle dingen in de zin van Christus?

“de ………………………………………… mens” (vs. 15).

* * *

Dit gedeelte in 1 Korinthe behandelt dus:

  • het onvermogen van de mens om Gods plannen en gedachten te begrijpen en mee te delen; wetenschap (waarnemen), geschiedenis (op schrift stellen) en filosofie (ontspringt in het hart) zijn daartoe niet in staat;
  • de openbaring van deze plannen aan de apostel;
  • de weergave van de openbaring onder de leiding van de Geest, dat is de inspiratie;
  • de gave van de geestelijke mens om de meegedeelde openbaring te begrijpen, ook verlichting genoemd.

Met deze inspiratie wordt de persoonlijkheid van de schrijver niet uitgeschakeld. De schrijvers waren geen “potloden van de Heilige Geest”. Er is een duidelijk verschil in stijl, onder meer tussen de profetie van Jesaja en die van Amos, alsook tussen de brieven van Paulus en die van Petrus. Om het beter te begrijpen het volgende voorbeeld: Stel dat een veelzijdig begaafde muzikant verschillende instrumenten bespeelt. Elk instrument laat de muziek horen die de kunstenaar speelt en de manier waarop hij haar bespeelt. Toch geeft de piano geen orgelklank en de bazuin niet het geluid van een fluit.

© Bibelkurs.com

Geplaatst in:
© Frisse Wateren, R. Mol