1 jaar geleden

490-maal vergeven

Online sinds 04.04.2017*

Mattheüs 18 vers 21-22:

“Toen kwam Petrus bij Hem en zei tot Hem: Heer, hoe vaak zal mijn broeder tegen mij zondigen en ik hem vergeven? Tot zevenmaal? Jezus zei tot hem: Ik zeg je, niet tot zevenmaal, maar tot zeventig maal zeven”.

Wie vergeven kan, beschikt over een belangrijke mogelijkheid om zijn weg met tevredenheid te gaan. Steeds weer zullen we vijandigheid ervaren, steeds weer werkt satan ook door andere mensen, om ons in onvrede en woede tegenover medemensen en broeders en zusters te brengen (zie Ef. 6:12).

Maar we kunnen onze vrede van het hart bewaren, als we bereidwillig in het hart vergeven – zonder erop aan te dringen, dat de ander zijn falen bekent, zoals het zijn plicht is volgens het Woord van God (zie Jak. 5:16). En als de ander het belijdt, spreken we ook de vergeving met de mond uit en is de zaak volledig opgelost.

Petrus vroeg de Heer Jezus hoe vaak hij zijn broeder zou moeten vergeven en of de limiet bij zeven maal lag. Hij had ook kunnen vragen: Wanneer mag ik (eindelijk) lik op stuk geven? – Die vraag getuigt niet van een vredige gezindheid, maar van onze natuur: Sommigen van ons wachten er alleen op tot iemand die tegenover ons staat naar ons toekomt, zodat wij volgens het motto: “met gelijke munt” terug kunnen betalen.

De Heer Jezus antwoordt Petrus, dat hij zeventig maal zeven (Matth.18:22) moet vergeven. Zeven is het getal van de volmaaktheid (we kunnen hier bijvoorbeeld aan de voltooiing van de schepping na zeven dagen in Genesis denken). Het getal zeventig spreekt van het bereiken van de voltooiing (zie bijv. Ps. 90:10 of Dan. 9:24). We mogen hier de toepassing maken, dat we verplicht zijn tot aan de volkomen voleinding steeds weer te vergeven. Totdat de Heer komt, moeten we vergeven – en zolang zal het ook nodig zijn.

Wie denkt een tabel te moeten bijhouden, om bij overtreding 491 van een broeder of zuster niet meer te vergeven, moet in gedachten houden dat God ons door onze Heer Jezus vergeven heeft. Hij is absoluut heilig en rechtvaardig. Slechts één zonde betekent, dat we oneindig ver van God gescheiden zouden moeten worden. En toch wilde God gemeenschap met ons hebben en gaf daarom Zijn Zoon, onze Heer Jezus – en in Hem heeft hij onoverzienbaar veel zonden vergeven. Daarom moeten we ons ervoor hoeden, niet te vergeven (zie Mark. 11:26; Ef. 4:32).

Om onze eigen zonden eens kwantitatief te ordenen: De Bijbel zegt in Mattheüs 12 vers 36: “Ik zeg u echter: dat van elk zinloos woord dat de mensen zullen spreken, zij rekenschap zullen geven in [de] dag van [het] oordeel”. Hebben we al eens een compleet lied van wereldse popmuzikanten helemaal meegezongen? Songs van de huidige popzangers en zangeressen hebben gemakkelijk tweehonderd tot vijfhonderd woorden. Veel van deze mensen belijden indirect of direct de overste van deze wereld. En sommigen van ons hebben hun teksten meegezongen. Hebben ze dan niet al vierhonderdnegentig maal vergeving nodig gehad?

Helaas denken we soms dat anderen onze vergeving nodig hebben, hoewel wij het zijn, die voor de onvrede verantwoordelijk zijn. Een goede maat aan zelfreflectie doet ons allen goed, voordat we elkaar in liefde vermanen (Luk. 6:41 en Rom. 15:14).

* D.w.z. de Duitse versie.

Marc Schultz, © www.bibelstudium.de

Geplaatst in:
© Frisse Wateren, R. Mol