3 jaar geleden

De schepping (les 5) – Water en vasteland

Om deze cursus op Frisse Wateren te vinden, moet u zoeken op de titel: “De Schepping”.

“En God zei: Laat het water dat onder de hemel is, in één plaats samenvloeien en laat het droge zichtbaar worden! En het was zo. En God noemde het droge aarde en het samengevloeide water noemde Hij zeeën; en God zag dat het goed was” (Gen. 1:9-10).

1. Ter herhaling: Wat gebeurde er met de wateren op de tweede dag?

……………………………………………………………………………………………………….……………….

……………………………………………………………………………………………………….……………….

Nu werkt God aan de wateren onder de hemel, aan die het aardoppervlak bedekken. Het scheidt water en aardbodem en geeft daarvoor een bijzondere opdracht. We vinden namelijk alleen hier de passieve vorm. Letterlijk staat er: “Laat het water … in één plaats samenvloeien en laat het droge het droge zichtbaar worden”. We lezen dan niet: “God laat het samenvloeien” maar: “En het was zo”. Op bevel van God beginnen massale krachten te werken, komt de aardkorst in beweging. Op bepaalde plaatsen verheft het zich, op andere daalt zij neer. Het vasteland en de oceaan-bekkens ontstaan.

2. God maakt dus ook nu, zoals op de vorige dag, een scheiding. Wat scheidt Hij?

……………………………………………………………………………………………………….……………….

3. De kust, de scheidingslijn tussen het water en het droge, wordt vaak in de Bijbel genoemd. Hoe wordt deze lijn genoemd?

a. in Spreuken 8 vers 29:

……………………………………………………………………………………………………….……………….

b. in Jeremia 5 vers 22:

……………………………………………………………………………………………………….……………….

God bevestigde zijn belofte in deze verzen van Genesis 9 vers 15. Hij zal niet toelaten dat de aarde nogmaals onder water gezet wordt!

Hij herinnert ons ook in deze tekst zijn onbeperkte scheppingsmacht. Deze Almachtige God wordt in Jezus Christus de Vader van allen die met hun zonden bij het kruis komen! Is dat niet geweldig? Zouden wij ons leven niet veilig in Zijn handen mogen leggen?

4. God geeft nu de beide door scheiding ontstane gebieden namen.

a. Welke naam is geheel nieuw?
……………………………………………………………………………………………………….……………….

b. Welke namen kennen we al?

……………………………………………………………………………………………………….……………….

c. Waarvoor werd hij tot hiertoe gebruikt?

……………………………………………………………………………………………………….……………….

Als God van zeeën (meervoud) spreekt, dan moeten we daarbij niet denken aan de vorm van de huidige zeeën. De vormen van de continenten, die bijna als puzzelstukjes in elkaar passen en geologische onderzoeken lieten Alfred Wegener in 1911 de zogenaamde continentale verschuivings-theorie ontwikkelen, die tot op heden wordt erkend. Volgens deze theorie vormden deze continenten eerst een gemeenschappelijk oer-continent, die verbroken is en de onderdelen sinds die tijd uit elkaar drijven.

Evenzo kunnen we aannemen, dat de in de scheppingsweek gevormde bergen niet met de huidige overeenkwamen. De toppen van de bergen, die door de vloed bedekt werden, moeten minder hoog geweest zijn dan de bergen, die we vandaag kennen.

5. Nu heeft God de namen van de drie grote levensruimten  (habitatten) vastgesteld. In de volgende dagen worden deze habitatten bevolkt met dieren. Geeft u voor elk leefgebied de namen van de diergroepen die bij deze ruimte behoren.

a. Hemel: …………………………………………………………………………………………………….

b. Zee: ………………………………………………………………………………………………………….

c. Aarde: ……………………………………………………………………………………………………….

6. Psalm 104 is een loflied op de majesteit en macht van God, de Schepper. Daarbij had de dichter het scheppingsverhaal van Genesis 1 voor zich. Terwijl we in Genesis 1 vers 9 slechts lezen: “En het was zo”, wordt in Psalm 104 alles zeer aanschouwelijk beschreven. Men kan bij het lezen van deze verzen direct volgen, hoe het aardoppervlak gevormd werd!

De schrijver weet van de wonderbare Goddelijke orde, waarin alles geschapen werd. Nu spreekt hij met zijn God daarover. Hij vertelt Hem, wat hij in de schepping van Hem onderkent en is daarbij vol bewondering voor deze wonderbare God. Daarin willen we hem navolgen!

7. In de verzen 6-9 beschrijft deze Psalm de gebeurtenissen die we in deze les hebben behandeld:

a. Vers 6: de aarde is geheel water. Waaruit blijkt dat in dit vers?

……………………………………………………………………………………………………….……………….

b. Vers 7: God bestraft en wat gebeurt er dan?

……………………………………………………………………………………………………….……………….

c. Vers 8: Hoe geeft dit vers aan dat God – bij wijze van spreken – alle dingen regelt?

……………………………………………………………………………………………………….……………….

d. Vers 9: De zee zal haar ……………… niet overschrijden die God hem gesteld heeft.

Zodra de de habitats toebereid zijn, beziet God ze en … noemt het goed! Echter de dag is nog niet voorbij. Net als op de zesde dag gebeurt ook op de derde dag een tweevoudige werk van God. Meer hierover in de volgende les.

© Bibelkurs.com

Geplaatst in:
© Frisse Wateren, R. Mol