1 jaar geleden

2 Petrus 3 vers 11 en 12

Daar dit alles dus vergaat, hoe behoort u te zijn in heilige wandel en godsvrucht, terwijl u de komst van de dag van God verwacht en verhaast ….!

Het woord “dag” heeft in de Bijbel vaak de betekenis van een meer of minder uitgestrekte tijdsperiode. Zo staat er in 2 Korinthe 6 vers 2: “… zie, nu is het [de] welaangename tijd”. Dat is de tegenwoordige tijd, waarin ieder die in de Heer Jezus Christus gelooft, eeuwig heil ontvangt.

Verder lezen we van een “dag van de Heer” die “komt als een dief in [de] nacht” (1 Thess. 5:2). Dat is een toekomstige tijd die begint na de opname van alle gelovigen in de hemel, waarin de Heer Jezus zichtbaar verschijnt om deze aarde door Zijn oordeel te reinigen, en dan Zijn duizendjarig vrederijk op te richten. Dan zal op de aarde gerechtigheid heersen: “Zie, een koning zal regeren in gerechtigheid” (Jes. 32:1).

Maar ons bijbelgedeelte van vandaag spreekt over een “dag van God”. Opdat deze kan komen, moeten de tegenwoordige hemel en aarde voor die tijd vergaan en afgelost worden door “nieuwe hemelen en een nieuwe aarde, waar [1] gerechtigheid woont” (2 Petr. 3:12-13). Deze “dag” heeft dus geen betrekking meer op de tegenwoordige schepping. De geschiedenis van deze aarde is dan ten einde en de Heer Jezus heeft Zijn vrederijk “aan Zijn God en Vader overgegeven” opdat “God alles in allen zal zijn” (1 Kor. 15:28). Dat is de eeuwige toestand van gelukzaligheid. – Lees daarbij eens Openbaring 21 vers 1-7!

De duivel en zijn engelen zijn dan in het eeuwige vuur, dat voor hen bereid is, maar met hem ook die, die hier op aarde niet bereid waren om het heil in Christus aan te nemen. Maar in de hemel en op de nieuwe aarde is alles in volkomen harmonie.

NOOT:
1. Heeft betrekking op zowel de nieuwe hemelen als de nieuwe aarde.

Geplaatst in:
© Frisse Wateren, R. Mol