10 maanden geleden

2 Korinthe 6 vers 12

“U hebt geen enge plaats in ons, maar u bent zelf enghartig”.

De apostel Paulus had, alhoewel hij afgezonderd van deze wereld was, een ruim hart, maar dan wel voor de belangen van de Heer Jezus en voor die van de Zijnen. Zo hadden ook de Korinthiërs geen enge plaats in hem. Als hij erop gezien had, dat veel van de Korinthiërs hem en zijn dienst vaak verkeerd inschatten, dan hadden ze misschien niet zoveel plaats in zijn hart gehad. Maar hij verheugde zich in alles, wat de genade aan hun had bewerkt.

Moet dat ook niet onze houding zijn? laten we toch niet zoveel kijken naar de gebreken van onze medebroeders en medezusters, en op dat wat ons aan hen niet bevalt, maar naar datgene waarover de Heer Jezus in hen een welgevallen kan vinden.

De Korinthiërs waren “zelf enghartig”. De apostel moest hun zeggen, dat ze “nog vleselijk” zijn (1 Kor. 3:2). De dingen waarnaar het vlees verlangt, mogen dan nog ze veelvuldig en omvangrijk schijnen; in werkelijkheid vormen ze ten opzichte van dat, wat de Heer Jezus is en geeft, een zeer kleine wereld. In zo’n klein wereldje waren de Korinthiërs verengd.

Maar blijkbaar zagen zij die dingen precies omgekeerd. Zij meenden, dat de apostel Paulus “enghartig” was, en dat zij zelf “ruimhartig” en open waren. Dat moet de apostel Paulus rechtzetten, en daarom zegt hij tegen hen: “U hebt geen enge plaats in ons, maar u bent zelf enghartig”.

Wat zou de apostel Paulus vandaag tegen ons moeten zeggen??

Geplaatst in:
© Frisse Wateren, R. Mol