1 jaar geleden

2 Koningen 4 vers 9-10

“En zij zei tegen haar man: Zie toch, ik heb gemerkt dat deze man Gods, die steeds bij ons langskomt, heilig is. Laten wij toch een klein bovenvertrek van steen maken en daar een bed, een tafel, een stoel en een kandelaar voor hem neerzetten; komt hij dan bij ons, dan kan hij zich daar terugtrekken”.

Wij zijn alles aan onze Heer verschuldigd, en het is goed dat wij Hem en Zijn verlangens overwegen. Wat zijn Zijn verlangens? Boven alle dingen verlangt Hij naar ons gezelschap. Let op in ons voorbeeld dat de man van God steeds langs het huis van deze godvruchtige vrouw ging. Het is dus zo, dat onze Heer handelt. Hij zoekt naar een plaats in onze harten en levens. En de Heilige Geest is gekomen om de dingen van Christus te nemen om deze ons te laten zien, en zo gaat Hij voortdurend bij ons langs om een plaats voor Hemzelf in onze harten te winnen.

De man van God heeft zich niet opgedrongen aan de gastvrijheid van dit echtpaar, maar toen ze bij hem aandrong, kwam hij binnen en at daar brood. Er wordt gezegd, en terecht gezegd, dat “we zoveel van het gezelschap van de Heer ontvangen als we verlangen”. Als wij bij Hem aandringen, zal Hij ons Zijn gezelschap niet onthouden; dit is het waar Zijn hart naar verlangt en het is een vreugde voor Hem als het verlangen naar Hem ontwaakt in ons hart.

Ik meen dat deze incidentele bezoeken van Elisa aan het Sunamitische huis voor haar fantastische tijden waren, zo zeer, dat ze vastbesloten was om hem daar niet als incidentele bezoeker te ontvangen, maar als een van hun huishouden, een constante gast. En wij, hebben wij geen tijden van vreugde gekend toen we de Heer in ons hart hadden toegelaten? In verdriet hebben we Hem gezocht en Hij heeft ons gezegend met Zijn eigen troost; in tijden van neerslachtigheid heeft Hij ons bemoedigd, en onze droefheid veranderde in lofliederen.

Zij zei tegen haar man: “Laten wij toch een klein bovenvertrek van steen maken”. Oh, dat we allemaal als haar kunnen zijn met betrekking tot Christus; zoals zij een kamer voorbereidde voor Elisa, zo mogen wij een kamer voorbereiden voor Christus. Het hart is de kamer – jouw en mijn hart. Het hoeft niet erg groot zijn, maar het mag de gastkamer van de Koning der heerlijkheid zijn.

J.T. Mawson, © The Lord is near

Geplaatst in:
© Frisse Wateren, R. Mol