3 jaar geleden

10. De Bijbel: De Schrift kan niet ontbonden worden

Hoe moeten we de uitspraak: “De Bijbel is Gods Woord” opvatten? Is de hele Bijbel Gods Woord en zijn daarom alle mededelingen volledig geloofwaardig of zijn alleen bepaalde delen van de Bijbel werkelijk door God geïnspireerd? Of is alleen de “kern” van de bijbelse boodschap Gods Woord? Wie geeft op deze vraag het bindende antwoord?

Nu, dat nu doet de Bijbel zelf. Nu – en niet eerder (zie vraag 5 van de vorige les) – komt het “getuigenis van de Bijbel over haarzelf” ter sprake. Is iemand door de boodschap van de Bijbel tot bekering en geloof in Jezus Christus gekomen, dan is dat getuigenis van cruciaal belang voor hem geworden. Het getuigenis van de Bijbel over haarzelf zullen we nu samen gaan verkennen.

1. Zoals we reeds in les 9 besproken hebben, heeft het geen enkele zin met ongelovigen over het getuigenis van de Bijbel te discussiëren. Alleen wanneer iemand de ‘kracht’ van de Schrift zelf heeft ervaren, kan men met hem op een vruchtbare wijze over haar uitspraken spreken. Een mens moet op zijn minst toegeven dat de Bijbel een goddelijk boek is; dan is er al een grondslag geschapen, waar men vanuit kan gaan. In Handelingen 17 vers 16-31 hield de apostel een toespraak tot een heidens publiek. Haalt hij in deze toespraak de Schrift aan? Zo ja, hoe en welke Schriftplaatsen?

……………………………………………………………………………………………………….……………….

……………………………………………………………………………………………………….……………….

……………………………………………………………………………………………………….……………….

2. Laten we de manier van bovenstaande procedure van de apostel Paulus vergelijken met hoe hij tot de Joden in de synagoge in Antiochië spreekt. Deze luisteraars erkenden vooraf het goddelijke karakter van de Schrift (Hand. 13:16-41). Hoeveel citaten uit het Oude Testament zijn in deze toespraak te vinden?

………………………………….

In dit geval was het juist om het publiek de bewijskracht van de Schrift te laten voelen. Zo kunnen wij ook iedereen die gelooft, dat de Bijbel het boek is waarin God zich openbaart, uit de Schrift bewijzen dat de Bijbel het onfeilbare en gezaghebbende Woord van God is. Of hij dit getuigenis aannemen wil of niet, is natuurlijk een andere zaak.

3. Wat zegt nu de Bijbel over haarzelf? We beginnen met het getuigenis van het Oude Testament. In Psalm 119 vinden we uitspraken over de wet of de Thora, dat wil zeggen de vijf boeken van Mozes.

• In vers 1 spreekt de dichter van “de wet van de HEERE”;

• in vers 2 over “Zijn ………………………………………. in acht nemen”;

• in vers 3 over “in Zijn …………………………. gaan”;

• in vers 4 over “Uw …………………………………”;

• in vers 5 over “Uw ………………………………….. in acht te nemen”;

• in vers 6 gebruikt hij de uitdrukking: “Uw  …………………………………..”;

• in vers 7 spreekt hij over “Uw rechtvaardige ……………………………..”;

• in vers 8 over “Uw …………………………………”;

• En in vers 9 duidt hij dan dezelfde wet, de getuigenissen, geboden, enzovoorts aan met:

“………………………………………..” waarmee een jongeman zijn pad zuiver houdt.

Dat doet de psalmist niet slechts eenmaal, maar vele malen.

4. Vaak getuigt iemand van zijn eigen mondelinge of schriftelijke mededelingen, dat het Gods Woord is. Dat zegt David in 2 Samuël 23 vers 2:

“De Geest van de ………………………….. heeft door ..………… gesproken en

…………………….. is op mijn …………………..”.

En wat  lezen we regelmatig in de profeten, bijvoorbeeld in Amos 1 vers 3:

“Zo ………………… de HEERE”, of in Haggaï 1 vers 3:

“Toen ……………………………………………………. door de dienst van de profeet

Haggaï”, of in Zacharia 9 vers 1:

“Een ………, ………………………………………………… van de HEERE …”.

Hieraan kunnen nog zeer veel voorbeelden toegevoegd worden.

5. Nu gaan we na wat de Heer Jezus over het Oude Testament gezegd heeft.

Wat staat er aan het eind van Johannes 5? “Want als u ……………………

……………………………………………………………………………………………………….……………….

……………………………………………………………………………………………………….……………….

Maar als u ………………………………………………………………………………………………………….

…………………………………………………………………………………………………?”

Hier stelt de Heer de verklaring van de …………………………… van Mozes op hetzelfde niveau als de woorden die Hij Zelf spreekt. Sprak de Heer Jezus de Woorden van God?

..……..

(zie Johannes 7:16; 12:49). Wel, dan zijn de vijf boeken van Mozes ook Gods woord.

6. De totale betrouwbaarheid van Mozes en de profeten is ook duidelijk in Lukas 16 vers 31. Wat antwoordde Abraham de rijke man?

“Als zij niet ………………………………………………………………………………………………………….

luisteren, zullen zij …………………………………………………………………………………………………

……………………………………………………………………………………………………….……………….

…………………………………………………………”.

Dus hebben de boeken van het Oude Testament volgens de woorden van de Heer meer gezag dan de boodschap van een persoon die uit de dood zou opstaan.

7. Dat de getuigenissen van de profeten het absolute Woord van God zijn, blijkt duidelijk uit het verwijt dat de Heer Jezus de Emmaüsgangers maakt: “O onverstandigen en tragen van hart! Dat

……………………………………………………………………………………………………….……………….

………………………………………………………………………………………” (Luk. …. : ….).

8. Er zijn twee bijzonder duidelijke uitspraken uit de mond van de Heer Jezus bekend, die ons laten zien hoe onfeilbaar de Schrift is. In Johannes 10 vers 35 lezen we namelijk: “De Schrift kan niet

……………………………………………………………………………………………………….……”.

Zelfs de kleinste tekens, een “jota” of “tittel” hebben hun betekenis. Dit blijkt uit de tweede verklaring in Mattheüs 5 vers …….

9. In al Zijn gesprekken met de Joden heeft de Verlosser nooit het gezag van de Schrift verminderd: Integendeel, voor Hem had de Schrift het laatste woord. We lezen regelmatig dat Hij zegt:

“hebt u nooit ………………………………….”.

(zie Matth. 21:16; 22:31) en dan citeert Hij een tekst uit de Schrift.

10. Zelfs bij de verzoeking in de woestijn overwint de Heer satan niet met Zijn eigen woorden, nee, Hij beroept zich driemaal op de Schrift met

“Er staat …………………………………………………..” (Matth. 4).

Toen moest de duivel Hem verlaten.

Laat ons ook, in weerwil met wat vandaag geleerd wordt, dit voorbeeld van onze Heer volgen, opdat wij beschermd worden tegen een verkeerde weg, dat tot oneer van Zijn naam is, en dat wij wat “wat het geloof betreft, schipbreuk” lijden (1 Tim. 1:19).

© Bibelkurs.com

Geplaatst in:
© Frisse Wateren, R. Mol