11 jaar geleden

1 Timotheüs 1:15 (a)

Een evangelist die voor zijn bekering een erg zondig leven had geleid, vond op een avond in de zaal waar hij een boodschap mocht brengen, een brief. Daar stond in:

Alle bijzonderheden werden in de brief meegedeeld en de laatste regels luidden:

N. voelde de last van de beschuldigingen in zijn volle omvang. Hij kon ze niet loochenen, noch goed praten. Het was de bittere waarheid. Zijn jeugd zonder Christus was een zondig leven geweest. Met de brief in zijn zak en zijn ogen en hart gericht naar boven ging hij naar het spreekgestoelte.

Eerst las hij bovenstaande tekst voor uit de Schrift. Vervolgens zei hij: "Zojuist vond ik hier een brief van een onbekende schrijver. Wat hierin staat, is de volle waarheid over mijn zondig leven zonder de Heere Jezus. Ik moet er drie dingen bij vertellen.
Ten eerste: ik schaam mij voor dat leven, heb er diep berouw over en heb het veroordeeld.Ten tweede: de grote God heeft mij al mijn zonden vergeven en genade bewezen, want Jezus Christus leed en stierf op Golgotha vanwege mijn zonden!Ten derde: als de heilige en rechtvaardige God mij, zo’n grote zondaar, vergeving en vrede kon schenken, dan bestaat er op aarde geen enkele zondaar die Hij in Zijn genade niet hetzelfde wil schenken!"

Nu zullen u en ik wel niet op dezelfde wijze als deze evangelist geconfronteerd worden met ons ‘oude’ leven, maar toch kunnen we veel leren van deze reactie. De vijand van onze zielen wil ook ons oog alleen laten rusten op dat wat we ‘vroeger’ waren, zodat we in verwarring komen en verlamd worden om te getuigen van Hem, die wij ‘nu’ toebehoren. Hierbij denk ik ook aan de woorden van een man, die zijn Heiland eens verloochende, Petrus. Hij schrijft: "En wie zal u kwaad doen, als u ijveraars voor het goede [of ‘de Goede’] bent geworden? Maar al lijdt u ook ter wille van [de] gerechtigheid, gelukkig bent u. Vreest echter niet zoals zij vrezen, en wordt niet in verwarring gebracht, maar heiligt Christus als Heer in uw harten, altijd bereid tot verantwoording aan ieder die u rekenschap vraagt van de hoop die in u is, maar met zachtmoedigheid en vrees, en met een goed geweten, opdat in wat van u kwaad gesproken wordt , zij die uw goede wandel in Christus smaden, beschaamd worden" (1 Petr. 3:13-16). Ook als men terecht van ons verkeerde dingen kan vertellen, mogen .. ja moeten we toch van Hem getuigen Die "Zelf onze zonden in zijn lichaam heeft gedragen op het hout" en mogen wij vertellen dat wij "door Zijn striemen zijn genezen" en hoeven wij niet te verbergen dat ook wij "dwaalden als schapen, maar nu teruggekeerd zijn tot de Herder en Opziener van onze zielen" (zie 1 Petrus 2:24-25).

Geplaatst in:
© Frisse Wateren, R. Mol