12 jaar geleden

1 Thessalonika (1)

Paulus heeft Thessalonika tijdens zijn tweede zendingsreis bezocht en kort daarop deze brief geschreven. Daar heeft hij drie sabbatten lang het woord van God verkondigd. Een grote menigte was tot geloof gekomen, namelijk een aantal Joden, aanbiddende Grieken en een aantal voorname vrouwen. De apostel heeft in korte tijd door zijn onderwijs een goede grondslag gelegd. Zijn prediking maakte diepe indruk. Toch moest hij vanwege vervolging Thessalonika spoedig weer verlaten …

1 Thessalonika 1:1-3

A. Inleiding tot de 1e brief

Wij verzoeken u om te beginnen met het lezen van Handelingen 17:1-15, waar we vinden dat de apostel Paulus voor korte tijd in Thessalonika was en daar door de verkondiging van het evangelie een gemeente onstaan is.

Paulus heeft Thessalonika tijdens zijn tweede zendingsreis bezocht en kort daarop deze brief geschreven. Sommigen schatten de datum van het schrijven op het jaar 52 na Christus. Over deze reis wordt uitvoerig in Handelingen 15:35-20:38 bericht. Paulus was van Troas naar Macedonië overgevaren en over Filippi, Amfípolis en Apollónia naar Thessalonika verder gereisd. Daar heeft hij drie sabbatten lang het woord van God verkondigd. Een grote menigte was tot geloof gekomen, namelijk een aantal Joden, aanbiddende Grieken1 en tenslotte niet weinige voorname vrouwen (Handelingen 17:2-4).

Hoewel de apostel nauwelijks meer dan drie weken in Thessalonika was, heeft hij door zijn onderwijs een goede grondslag gelegd, zoals in hoofdstuk 1 duidelijk wordt. Toch was voor de jong-bekeerden daar nog veel onbekend respectievelijk onduidelijk, niet in de laatste plaats, wat de beloofde wederkomst van de Heer Jezus betrof.

De apostel heeft Thessalonika namelijk zeer snel moeten verlaten, omdat hij daar vervolgd werd. Hij was naar Beréa en van daar uit later naar Athene verder getrokken. Tevoren had hij Timotheüs naar Thessalonika gezonden, om de jonge vergadering daar te bevestigen. Hij zelf was dan van Athene uit naar Korinthe verder gereisd (waar hij zich 18 maanden ophield). Gedurende deze tijd kwam Timotheüs naar Paulus terug. Paulus verheugde zich zeer, goede berichten over de Thessalonikers te horen (hoofdstuk 3:6-13). Daarna ontstond deze eerste brief.

De gelovigen daar werden van begin af aan door de wereld vervolgd, in het bijzonder door de Joden (1 Thessalonika 2:14-16; 3:3-4; 2 Thessalonika 1:4-6; zie ook Handelingen 17:5-9).

Het verfrissende van deze brief is niet het laatst daarin gelegen, dat de apostel in elk hoofdstuk over de komst van de Heer schreef:

  • In hoofdstuk 1: in verbinding met de bekering van de Thessalonikers, die daartoe leidde, dat zij God dienden en Zijn Zoon verwachtten;
  • in hoofdstuk 2: in verbinding met de vreugde voor de apostel en zijn medearbeider als dienaar van God, die bij het komen van de Heer het resultaat van hun inspanning zien en zich daarin verheugen mogen;
  • in hoofdstuk 3: in verbinding met de leifde en de heilgheid onder de gelovigen; de toestand van volmaaktheid wordt bij het komen van Christus bereikt;
  • in hoofdstuk 4: als troost voor de achtergeblevenen van geliefde ontslapenen; de ontslapenen worden bij het komen van de Heer niet benadeeld;
  • in hoofdstuk 5: in verbinding met het oordeel, dat hen treft, die Jezus niet als Heiland en Heer aannemen wilden

Deze brief bevat niet zo veel leer. Het straalt hartelijke liefde en medegevoel van de schrijver en ook van de ontvangers uit. Hoewel deze nog niet lang bekeerd waren, kunnen wij veel van hen leren!

Zij hadden nog niet veel kennis, maar een brandend hart voor de Heer Jezus. En wij?

B. Indeling van hoofdstuk 1

1. Afzender en ontvanger zowel groet van deze brief (vs. 1);

2. Het gebed van de apostel voor de Thessalonikers (vs. 2);

3. De innerlijke kenmerken van het nieuwe leven in de gelovigen: geloof, liefde, hoop (vs. 3);

4. De zekerheid van de uitverkiezing (vs. 4);

5. De krachtvolle verkondiging van het evangelie in Thessalonika (vs. 5);

6. Nog drie kenmerken, die het evangelie in de gelovigen voortbrengt:

  • navolgen van de dienaars en van de Heer (vs. 6);
  • voorbeelden voor andere gelovigen (vs. 7);
  • geloofsgetuigen voor andere mensen (vs. 8);

7. Bekering: waarvan en waartoe? (vs. 9)

8. De Zoon van God uit de hemel verwachten – redden van de toorn (vs. 10)

C. Uitleg van hoofdstuk 1

Vers 1: “Paulus, Silvánus2 en Timotheüs aan de gemeente van [de] Thessalonikers in God [de] Vader en [de] Heer Jezus Christus: genade zij u en vrede!”

Vroeger was het gewoonlijk, dat de afzender in een brief eerst zijn naam noemde. Paulus vernoemt hier naast hem in zijn groet twee broeders, die hem op de reis begeleid hadden en die de Thessalonikers daarom goed kenden.

Daarna volgt onmiddellijk de aanspreekvorm van de briefontvangers, en in dit geval waren het de gelovigen in Thessalonika, die het evangelie gehoord en zich tot God bekeerd hadden.

Deze noemt de apostel hier de vergadering. Het Griekse woord voor “vergadering” is ekklesia en betekent letterlijk vertaald: bijeengeroepenen of naar buiten geroepenen (het betekende oorspronkelijk de door de “bijeenroeper” bijeengeroepen volksvergadering). God roept mensen door het evangelie en zondert hen, wanneer zij zich bekeren, van de wereld af en voegt hen aan Zijn vergadering toe.

In vele vertalingen wordt “vergadering” met gemeente weergegeven. In Engelse vertalingen wordt vaak het woord Church (= kerk) gebruikt. De woordkeus is niet beslissend, wanneer men daar maar het goede onder verstaat, namelijk het totaal van alle gelovigen, in dit geval van een plaats, en wel in Thessalonika.

Opmerkelijk is hier de toevoeging “in God de Vader en de Heer Jezus Christus”. Ze komt overigens nog slechts eenmaal in het Nieuwe Testament voor, en wel bij de aanspreekvorm in de 2e Thessalonikabrief. Het voorzetsel “in” duidt hier de innige betrekking aan, waarin de gemeente als geheel tot God, de Vader, en Zijn Zoon gebracht zijn geworden. Ieder afzonderlijke gelovige kende God als zijn Vader en Jezus Christus als zijn persoonlijke Heer. De Goddelijke Personen te kennen, in een van de meest bijzondere kenmerken van het Christendom (vergelijk Johannes 17:3).

Belijdt u Jezus Christus als Heer in uw hele leven? Zich voor deze Heer te schamen, is Hem niet waardig. U hebt Hem als uw Redder aangenomen, of misschien nog niet? Belijd Hem met blijdschap in geheel uw leven en door alles, wat u spreekt. Leest u alstublieft daarvoor Romeinen 10:9-10. Noem Hem “Heer Jezus”, wanneer u met anderen over Hem spreekt. Alleen dat al is een machtig getuigenis.

Nu volgt als groet:
“Genade zij u en vrede!”. GENADE (Grieks charis) was de groet bij de heidense volkeren en VREDE (Hebreeuws shalom) de groet bij de joden. Toch hebben deze beide begrippen een veel diper gaande betekenis voor elke Christen: Genade en vrede hebben wij niet alleen in rijke mate als gevolg van het werk van Christus ontvangen; wij hebben dit ook dagelijks nodig op onze geloofsweg.

Vers 2-3: “Wij danken God altijd voor u allen, terwijl wij u gedenken in onze gebeden, onophoudelijk gedachtig aan uw werk van het geloof en uw arbeid van de liefde en uw volharding van de hoop op onze Heer Jezus Christus, tegenover onze God en Vader”.

Allereerst laat Paulus de Thessalonikers nu weten, dat hij God voor hen allen voortdurend dankte. De dank staat op de eerste plaats. Indirect looft hij daardoor de briefontvangers. Het is een belangrijk principe in de brieven van de apostel, dat hij in het algemeen eerst eensover het lovenswaardige spreekt. Zo worden de ontvangers bereidwillig om de latere vermaningen aan te nemen.

Zijn er gelovigen en ongelovigen, die u in al uw gebeden gedenkt? Hebt u een gebedslijst? Laat u door de Heer mensen tonen, om voor te bidden.

De apostel dankt in het bijzonder voor drie dingen:

  1. hun werk van het geloof;
  2. hun arbeid van de liefde;
  3. hun volharding van de hoop op onze Heer Jezus Christus.

Men kan deze “drielingen” de kenmerken van het nieuwe leven in een gelovige noemen. Tienmaal worden ze in het Nieuwe Testament tezamen genoemd.

Werk van het geloof: Dat is het totale handelen dat de gelovige voortbrengt. Het geloof wordt in een mens bewerkt, wanneer deze het Woord van God, dat hem verkondigd wordt, aanneemt (Romeinen 10:17). We kunnen ook zeggen: wanneer deze het Woord gehoorzaamt.

Geloof en gehoorzaamheid zijn nauw aan elkaar verbonden. God laat een mens door Zijn Woord “gebieden”, dat hij zich bekeren moet (Handelingen 17:30). Wie het Woord van God gelooft, gehoorzaamt daarom gelijk dit Woord. Opmerkelijk is in dit verband het begrip “geloofsgehoorzaamheid”, waar beide gezichtspunten in elkaar vloeien (Romeinen 1:5; 16:26).
Door werken die daaraan beantwoorden bewijst zich de echtheid van het geloof.

Arbeid van de liefde: Zo zouden we hier ook kunnen zeggen, dat de echtheid van de liefde zich in de onvermoeide liefde bewijst. Werkelijke liefde heeft iets voor een zaak over. Dat heeft met moeite te maken. We willen ons hier in herinnering roepen, wat de apostel over het doen en laten van de liefde in het “hooglied van de liefde” (1 Korinthe 13) geschreven heeft:

  • de liefde is lankmoedig;
  • is goedertieren;
  • de liefde is niet jaloers;
  • de liefde praalt niet;
  • is niet opgeblazen;
  • handelt niet onwelvoeglijk;
  • zoekt niet haar eigenbelang;
  • wordt niet verbitterd;
  • rekent het kwade niet toe;
  • verblijdt zich niet over de ongerechtigheid;
  • maar verblijdt zich met de waarheid;
  • alles verdraagt zij;
  • alles gelooft zij;
  • alles hoopt zij;
  • alles verduurt zij.

Hebben wij deze liefde tot alle gelovigen? Komt zij in de omgang met ongelovigen tot uitdrukking? Zij is een vaste herkenning daarvoor, dat het nieuwe leven voorhanden is (zie 1 Johannes 3:14).

Volharding van de hoop: Dat is het derde kenmerk. Volharding of geduld is er nodig, als er nood is, als er moeilijkheden zijn en als er lijden is. Alle wederwaardigheden in het persoonlijke leven of ook bij afwijzing/vervolging van de kant van de wereld (vergelijk 1 Petrus 4:12-13) wil God gebruiken om ons geloof te sterken. Duurzaam volharden kan alleen hij/zij, die een hoop heeft. Wie geen hoop heeft, geeft het op.

Op onze Heer Jezus Christus: De inhoud van deze hoop is de unieke Persoon van onze Heer. Hij is niet alleen de oplossing voor elk probleem, maar Hij zal, ook door een ingrijpende gebeurtenis in de toekomst ons leven volledig veranderen: door Zijn komst. Een geweldige verandering staat voor de deur: De Heer Jezus komt terug om al de Zijnen tot Zich te trekken.

Opmerking: In Openbaring 2:2 lezen we: “Ik weet uw werken en uw arbeid [eigenlijk moeite] en uw volharding”. Wat hier ontbreekt, zijn de toenmalige motieven: geloof, liefde en hoop: werken van het geloof, arbeid (moeite) van de liefde en volharding van de hoop. Dat was geen goed teken!

NOTEN:
1. Het waren heidenen, meest Grieken, die op grond van hun godsvrucht aan de joodse godsdienst deelnamen, zonder dat zij door de besnijdenis Proselieten in de eigenlijke zin geworden waren en zonder dat zij de wet in haar gehele omvang aangenomen hadden.
2. De hier genoemde Silvánus heet in Handelingen Silas.

(Wordt zo de Heer wil vervolgd).

© Folge mir nach

Geplaatst in:
© Frisse Wateren, R. Mol