2 jaar geleden

1 Samuël 19 vers 5

Lezen: 1 Samuël 19 vers 1-7.

“Hij heeft zijn leven immers in de waagschaal gesteld  en de Filistijn verslagen. De HEERE heeft voor heel Israël een grote verlossing teweeggebracht. U hebt het gezien en bent er blij mee geweest. Waarom zou u dan tegen onschuldig bloed zondigen, door David zonder reden te doden?” (1 Sam. 19:5).

De haat van Saul tegen David werd alleen maar groter toen hij zag hoe God aan David voorspoed gaf en dat David zich in elke situatie wijs gedroeg. Saul roept daarom zijn hele hofhouding op om David te doden.

Tegen deze achtergrond bleek dat de liefde van Jonathan voor David niet “een negen-dagen-wonder” was. Hij deelde het plan van Saul om David te doden met David en beloofde met Saul ten gunste van David te spreken. Hier is een jonge gelovige die met vertrouwen zijn situatie in de hand van de Heer legt. Toen de apostelen werden bedreigd was hun antwoord soortgelijk. Zij concludeerden dat zij God meer behoorden te gehoorzamen dan mensen (Hand. 5:29).

Jonathan derhalve weerstond de haat van Saul door hem een aantal essentiële en algemeen bekende waarheden te vertellen; zulke waarheden die zijn vader niet kon weerleggen. Elk ding dat David deed voor de koning en voor Israël was “goed” en “zeer goed” (verg. Gen. 1:31). Zijn werk was als een “grote verlossing” (verg. Hebr. 2:3) voor geheel Israël. Niets werd verzwegen. Verder verklaarde Jonathan dat elke aanval op David “zondigen tegen onschuldig bloed” (verg. Matth. 27:4), zonder oorzaak (verg. Joh. 15:25), zou zijn. Zulke woorden wijzen ons op onze Heer Jezus die ook David’s Heer is. Zo duidelijk welsprekend, (veelzeggend) was de voorstelling van Jonathan ten aanzien van de deugden van David en zo veelzeggend waren deze waarheden dat de boosheid van Saul voor het moment bedaarde. Van geen enkele jonge gelovige wordt een proefschrift verwacht over de hogere waarheden van “zoonschap”, maar, zoals bij de blinde man, dat hij verklaren kan wat niet kan worden weerlegd: “… één ding weet ik, dat ik blind was en nu zie” (Joh. 9:25). Jonge gelovige, God roept je niet op om iets groots te zijn. Wees trouw aan onze Heer Jezus en aan wat Hij voor jou gedaan heeft.

Hadley Hall, © the Lord is near

Geplaatst in:
© Frisse Wateren, R. Mol